1. DE GILLET-VIERTAKTMOTOR

De broer van Ferdinand Laguesse, Armand, was ook ingenieur bij Gillet. Hij was bezig met een ééncylinder viertakt motor van 499 cc (84x90 mm), met tuimelaars en kleppen onder een hoek van 40o. De machine werd in 1926 gepresenteerd, en was leverbaar in de supersport (dubbele uitlaat) en de sport versie (enkele uitlaat). De machine had een droge plaatkoppeling, kettingaandrijving, 3-versnellingsbak, en een kogelgelagerde drijfstang. Tevens kondigde men op basis van dezelfde techniek een 350 cc aan, maar deze zou pas veel later worden gepresenteerd.
 

Gillet nam ingenieur Van Oirbeek in dienst, die op de race-afdeling van FN had gewerkt. Hij was een van de beste Belgische ingenieurs op 4-takt gebied. Hij prepareerde de 500 voor de wedstrijden. Gillet won de Coupe de la Meuse in 1928 met Bentley, Philippart en Kiecken. Philippart won met 120.750 km/u. Philippart en Milhoux wonnen on Mont-Theux. De 7e Franse Bol d'Or werd gewonnen door Vroonen, en door Milhoux in de 600 zijspan.
 

Léon Gillet vroeg in oktober 1928 aan René Milhoux om een serie records te breken in de 500, en zo mogelijk ook in de 750 en 1000. De recordpogingen werden gedaan in Monthlery. Gillet had een spoorwegwagon gehuurd, om de coureurs en het materieel te vervoeren. Milhoux, Debay en Sbaiz reden tot eind december met de 500 kopklepper diverse nieuwe records. In 1929 won Vroonen de Bol d'Or voor de 2e maal, en brak het record van de snelste ronde met 88 km/u. Milhoux won de Coupe de la Meuse, en De Coninck won de Coupe des Regions Devastees. Op 22 september brak Milhoux het wereldrecord zijspan, 166.760 km/u met een 600 cc, en brak hij het belgisch record 500 cc met meer dan 184 km/u. In november haalde hij met een tot 700 cc opgevoerde 500 een sensationele snelheid van 195.8 km/u. Hij brak toen in een dag 3 wereld- en 6 belgische records. Dit zegt toch wel iets over de kwaliteit van de Gillets, en het talent van Milhoux.
 

Op de salon van Parijs werd de door Van Oirbeek ontworpen racemotor gepresenteerd, een ééncylinder met bovenliggende nokkenas. Milhoux brak met deze machine in Zweden diverse wereldrecords op ijs, 202 km/u solo, 166 km/u met zijspan. Sommige van deze records schijnen nog altijd te staan. De motor had geen koppeling, en geen remmen. Hij werd met een stuk touw aangesleept.
 

Al deze sportieve successen misten hun invloed niet. Op de 10e verjaardig had het bedrijf 40.000 motoren gebouwd, en liep de productie volcontinu, in 3 ploegen, en dit tijdens een wereldwijde crisis. De winst over het boekjaar 1930 was 3.817.359 fr. (op een kapitaal van 13 miljoen). Helaas kon Gillet de gevolgen van de crisis in 1931 wel goed merken, vooral toen de engelse motoren na de devaluatie van het britse pond een stuk goedkoper werden. Vanaf 1935 ging het langzaam weer bergopwaarts, maar de gouden tijden van de jaren 20 zouden niet meer terugkeren.
 



  vorige