Na weer een paar jaar in europese auto's te hebben rondgereden kreeg ik daar weer genoeg van, en moest en zou ik weer een amerikaan hebben. Na tamelijk lang rondneuzen vond ik uiteindelijk een Dodge W200 van 1977 met een 5.2 liter V8. 't Bakbeest zag er redelijk uit, en was betaalbaar.
Al snel kwam ik erachter dat 150 pk voor een wagen van 2.5 ton nogal krap bemeten is. Rond dezelfde tijd kwam ik erachter dat ik nogal vaak nogal veel olie moest bijvullen, en daarom ben ik maar's op jacht gegaan naar de olie lekken. Nadat ik uiteindelijk het inlaat-spruitstuk eraf haalde (Vooraf het krukasseal al gedaan, 'touwtje' vervangen door een lipseal) schrok ik een beetje...
Ik kon mij niet aan de indruk onttrekken dat de vorige eigenaar(s) totaal onbekend zijn met het begrip 'olie verversen' De zwarte smurrie was hier en daar een laag van maar liefst 3 mm dik, en ontzettend taai en plakkerig. Geen leuk klusje, om dat schoon te maken. De mensen van het revisiebedrijf, die het kotteren en honen voor mij hebben gedaan vroegen mij of het ding soms met vet i.p.v. olie gesmeerd was geweest. Ze hebben, ondanks stoomcleaners etc., een hele klus gehad om de onderdelen weer schoon te krijgen, en ook zij hadden nog nooit een blok gezien wat van binnen zó smerig was.
Maar in ieder geval had ik nu een reden om op jacht te gaan naar een andere motor, om de 'oude' dan op mijn gemakje te gaan reviseren en lichtelijk op te voeren. Uiteindelijk in de buurt een 5.2L gevonden, met de automaat er nog achter, beide voor een redelijk prijsje, en bovendien kreeg ik, na een beetje zeuren, de cardanasjes erbij kado. Afgelopen voorjaar de motor + bakken omgeruild, en nu is het wachten op de onderdeeltjes uit de USA, en op het afwerken van de langduriger klusjes, zoals het opschonen van de gaskanalen in de cylinderkoppen.